‘Dit is de voicemail van Rian.
Ik ben er nog niet…’

Ik ben Rian, tweeëndertig, lichtontwerpster, en ik woon in Rotterdam. Op de dag dat ik een huwelijksaanzoek kreeg, ontmoette ik ‘mijn’ man. De afloop van een verhaal… daar kun je geen voorschot op nemen. Maar bestaat de plaats die we bedoelen wanneer we zeggen het ‘ergens’ te weten?

Zodra ik, als kind, een beetje kon schrijven, schreef ik briefjes aan mezelf en legde die onder mijn kussen. Die kon ik dan de volgende avond lezen, vlak voor het slapengaan, wanneer ik weer een dag ouder en tegen wil en dank wijzer geworden was. Op zo’n briefje feliciteerde mijzelf-van-een-dag-ouder alvast met de goede daad die ik die dag zou hebben verricht. Of ik troostte mezelf dat mijn dappere voornemen heus niet écht was mislukt, ‘want  je kunt nou eenmaal nooit precies voorspellen hoe de dingen zullen lopen’.
  Die briefjes onder mijn kussen konden de grenzen van tijd vervagen. Morgen werd vandaag en vandaag werd het gisteren van morgen, tegelijk. De briefjes waren mijn eigen uitgestoken hand, reikend, dwars door de tijd. Naast dat ik zo zelf de eerste kon zijn die mij complimenteerde met hoe ik de dingen had aangepakt, had ik er ook mijn manier in gevonden om, als de dingen wat minder goed waren uitgepakt, mijn verdriet vast voor te zijn. Het was een arm om me heen, mijn eigen. Op voorhand vriendschap sluiten met de spijt. 

Pas veel later ben ik gaan begrijpen, dat er dingen zijn die je pas veel later gaat begrijpen.

Wordt vervolgd…